Dierproeven blijven onderwerp van maatschappelijk debat en wetenschappelijke reflectie. Als Universiteit Utrecht en UMC Utrecht nemen wij hierin onze verantwoordelijkheid door transparant te zijn over ons gebruik van dieren in onderzoek en onderwijs. Ook werken wij actief aan vervanging, vermindering en verfijning en het creëren van een Culture of Care.
Het afgelopen jaar lag de focus op het faciliteren van onderzoekers bij hun zoektocht naar alternatieven, niet alleen om dierproeven te vervangen, maar ook om hen te helpen deze vervangingsmethoden volledig diervrij te maken. Ook hebben we veel aandacht besteed aan cognitieve training van dieren. Zo dragen we bij aan de kwaliteit van leven van de dieren waarvoor wij verantwoordelijkheid dragen en verhogen we het werkplezier van de medewerkers die voor de dieren zorgen.
Het aantal dierproeven binnen onze instellingen was sinds 2015 lange tijd stabiel rond de 20.000, en is in 2023 en 2024 aanzienlijk gedaald naar 12.584. In 2025 zien we een lichte stijging ten opzichte van 2024. Deze toename wordt grotendeels verklaard door een forse stijging in het gebruik van zebravissen. Zoals ook in eerdere jaren is gebleken, kunnen enkele studies met relatief grote aantallen dieren een duidelijk effect hebben op het totaal. Wanneer we kijken naar de trend in het gebruik van muizen en ratten – de meest gebruikte diersoorten – zien we daarentegen een geleidelijke daling, wat vertrouwen geeft in de structurele ontwikkeling.
Dit jaarverslag laat daarnaast de breedte van ons onderzoek zien. Zo wordt er door onze onderzoekers met succes gewerkt aan het ontwikkelen van een vaccin tegen een dodelijk herpesvirus bij olifanten, een ziekte die met name jonge dieren in dierentuinen treft. Dit type onderzoek onderstreept de maatschappelijke en ook veterinaire relevantie van ons werk, en onze inzet om ook bij te dragen aan diergezondheid en -welzijn, ook buiten de traditionele proefdiermodellen.
Hoewel het vervangen van dierproeven juist bij dit soort onderzoek een uitdaging zal blijven, zetten wij ons onverminderd in voor proefdiervrije innovaties en een zorgvuldige afweging van het gebruik van dieren in onderzoek en onderwijs. Alleen door blijvende inspanning en samenwerking, bijvoorbeeld in Ombion – het centrum voor proefdiervrije biomedische translatie – kunnen wij bouwen aan een toekomstbestendige wetenschap.
Debbie Jaarsma,
Decaan faculteit Diergeneeskunde
Universiteit Utrecht